
Een Psychose is een ernstige verstoring van de werkelijkheid
Een psychose behoort tot de meest ingrijpende psychiatrische toestanden die een mens kan doormaken. Tijdens een psychose raakt het contact met de werkelijkheid gedeeltelijk of soms vrijwel volledig verstoord. Gedachten, waarnemingen en overtuigingen sluiten dan niet langer aan bij de objectieve realiteit. Voor de persoon zelf zijn deze ervaringen echter volkomen echt. Dat maakt een psychose niet alleen verwarrend voor de betrokkene, maar ook voor familie, vrienden en hulpverleners.
Het is belangrijk om te benadrukken dat een psychose geen diagnose op zichzelf is, maar een syndroom dat voorkomt bij verschillende psychiatrische en somatische aandoeningen. Zo kan een psychose optreden bij schizofreniespectrumstoornissen, een bipolaire stoornis, een ernstige depressie met psychotische kenmerken, middelengebruik, neurologische aandoeningen of bepaalde infecties en stofwisselingsziekten (APA, 2022).
Wanen: vasthoudende overtuigingen
Een van de meest kenmerkende symptomen van een psychose is het optreden van wanen. Een waan is een hardnekkige overtuiging die niet overeenkomt met de werkelijkheid en niet corrigeerbaar is door logische argumenten of overtuigend bewijs.
Er bestaan verschillende soorten wanen:
- Achtervolgingswanen: de overtuiging dat men gevolgd, bespioneerd of bedreigd wordt.
- Betrekkingswanen: neutrale gebeurtenissen worden als persoonlijk bedoeld geïnterpreteerd.
- Grootheidswanen: iemand gelooft over bijzondere krachten, talenten of een uitzonderlijke roeping te beschikken.
- Jaloeziewanen: de overtuiging dat de partner ontrouw is zonder objectief bewijs.
- Religieuze wanen: religieuze thema's krijgen een zodanig absolute betekenis dat het contact met de werkelijkheid verloren gaat.
Hoewel geloof een bron van hoop en veerkracht kan zijn, kan een psychose religieuze overtuigingen vervormen. Het onderscheid tussen gezond geloof en een religieuze waan ligt niet in de inhoud van het geloof, maar in de mate waarin het denken corrigeerbaar blijft en het dagelijks functioneren behouden is (Schaap-Jonker, 2019).
Hallucinaties: waarnemen zonder externe prikkel
Hallucinaties zijn waarnemingen zonder externe prikkel. Auditieve hallucinaties komen het meest voor. Stemmen kunnen:
- Commentaar geven op het gedrag.
- Met elkaar over de persoon praten.
- Opdrachten geven (commanderende stemmen).
- Beledigend of bedreigend zijn.
Daarnaast kunnen visuele, tactiele, reuk- en smaakhallucinaties voorkomen.
Positieve en negatieve symptomen
Positieve symptomen zijn verschijnselen die aan het normale functioneren worden toegevoegd:
- Wanen.
- Hallucinaties.
- Gedesorganiseerd denken.
- Onsamenhangende spraak.
Negatieve symptomen verwijzen naar verlies van normaal functioneren:
- Emotionele vervlakking.
- Initiatiefverlies.
- Sociale terugtrekking.
- Verminderde motivatie.
- Verminderde spraak.
Oorzaken
Volgens het biopsychosociale model ontstaat een psychose door een samenspel van factoren. Belangrijke risicofactoren zijn:
- Genetische kwetsbaarheid.
- Verstoringen in dopamine- en glutamaatsystemen.
- Traumatische ervaringen.
- Chronische stress.
- Slaaptekort.
- Middelengebruik, met name cannabis, amfetaminen en cocaïne.
Behandeling en herstel
Een psychose is goed behandelbaar. De behandeling bestaat meestal uit:
- Antipsychotische medicatie.
- Psycho-educatie.
- Cognitieve gedragstherapie voor psychose (CGTp).
- Systeembegeleiding van familie.
- Herstelgerichte begeleiding.
- Aandacht voor leefstijl, slaap en dagstructuur.
Herstel betekent meer dan symptoomvermindering; ook het hervinden van betekenis, relaties en participatie (Leamy et al., 2011).
Geloof als bron van hoop
Voor veel mensen kan geloof een bron van hoop, zingeving en veerkracht zijn (Koenig, 2023). Professionele behandeling en geloof hoeven elkaar niet uit te sluiten, maar kunnen elkaar juist aanvullen.
Jesaja 41:10 (HSV): "Vrees niet, want Ik ben met u; zie niet angstig rond, want Ik ben uw God. Ik sterk u, ook help Ik u, ook ondersteun Ik u met Mijn rechterhand, die gerechtigheid werkt."
Deze woorden vervangen professionele behandeling niet, maar kunnen mensen eraan herinneren dat zij ook in perioden van diepe verwarring niet buiten Gods zorg en liefde hoeven te vallen.
Casus Lucia. Herstel door een integrale aanpak
Onderstaande casus is gebaseerd op situaties zoals die in de klinische praktijk kunnen voorkomen.
Lucia is een 22-jarige studente die geleidelijk steeds meer last krijgt van achterdocht. Zij raakt ervan overtuigd dat medestudenten over haar praten en dat berichten op sociale media speciaal voor haar bedoeld zijn. Daarnaast hoort zij regelmatig een stem die haar vertelt dat zij waardeloos is en niemand kan vertrouwen. Door de toenemende angst stopt zij met haar studie, trekt zij zich terug uit sociale contacten en slaapt zij nauwelijks nog.
Na een crisisopname wordt bij Lucia een eerste psychose vastgesteld. De psychiater start met antipsychotische medicatie. Langzaam nemen de stemmen af en verliest de waanwereld haar overtuigingskracht. Toch merkt Lucia dat zij nog steeds worstelt met angst, onzekerheid en de vraag waarom haar dit is overkomen.
Naast de medicamenteuze behandeling volgt zij Cognitieve Gedragstherapie voor Psychose (CGTp). Tijdens de therapie leert zij haar gedachten kritisch te onderzoeken en onderscheid te maken tussen wat zij voelt, denkt en wat daadwerkelijk kan worden vastgesteld. Zij leert stresssignalen eerder te herkennen, ontwikkelt een gezond dagritme en bouwt stap voor stap haar dagelijkse activiteiten weer op.
Lucia is christelijk opgevoed en put veel kracht uit haar geloof. In overleg met haar behandelaars blijft zij betrokken bij haar kerkelijke gemeente. Haar pastor en enkele gemeenteleden bidden regelmatig met haar en voor haar. Daarbij wordt steeds benadrukt dat gebed geen vervanging is van professionele behandeling, maar een ondersteuning daarvan. Juist de combinatie van medische zorg, psychologische behandeling en geestelijke ondersteuning geeft Lucia moed om vol te houden.
In de maanden die volgen, treedt geleidelijk herstel op. De psychotische symptomen verdwijnen, haar zelfvertrouwen groeit en zij hervat haar studie. Zij blijft haar medicatie gebruiken volgens voorschrift van de psychiater en onderhoudt periodiek contact met haar psycholoog. Ook blijft zij actief in haar gemeente, waar zij steun, verbondenheid en hoop ervaart.
Terugkijkend zegt Lucia:
“Ik geloof dat God mij door deze donkere periode heeft gedragen. Tegelijk ben ik ervan overtuigd dat Hij ook de psychiaters, psychologen en verpleegkundigen heeft gebruikt om mij te helpen herstellen. Medicatie, cognitieve gedragstherapie en gebed hebben elkaar voor mij niet uitgesloten, maar juist aangevuld.”
Deze fictieve casus laat zien dat herstel van een psychose vaak het resultaat is van een integrale aanpak. Wetenschappelijk onderzoek ondersteunt de effectiviteit van antipsychotische medicatie en cognitieve gedragstherapie bij psychosen. Voor gelovige cliënten kan daarnaast een gezonde geloofsbeleving, pastorale begeleiding en gebed een belangrijke bron van hoop, zingeving en veerkracht zijn. Wanneer professionele behandeling en geloof hand in hand gaan, kunnen zij elkaar versterken en bijdragen aan duurzaam herstel.
“En wij weten dat voor hen die God liefhebben, alle dingen meewerken ten goede, voor hen namelijk die overeenkomstig Zijn voornemen geroepen zijn.”
Romeinen 8:28 (HSV)
Bronnen
- American Psychiatric Association. (2022). Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders (DSM-5-TR).
- Leamy, M. et al. (2011). British Journal of Psychiatry, 199(6), 445-452.
- Koenig, H. G. (2023). Religion and Mental Health: Research and Clinical Applications.
- Schaap-Jonker, H. (2019). Before the Face of God.