
Hoe een ingewikkelde stoornis werd gereduceerd tot een scheldwoord op sociale media. We zijn een samenleving geworden waarin de naam Narcissus niet langer klinkt als een Griekse mythe, maar als je buurman die z’n Instagram-foto’s licht bewerkt.
Elke dag hoor ik het. “Hij is echt een narcist.” “Zij is zó narcistisch.” “Mijn kat is ook wel een beetje narcistisch eigenlijk.” Narcisme is tegenwoordig zo hip dat het bijna op een T-shirt past naast teksten als “Wine o’clock” en “But first, coffee.” Het lijkt soms alsof de halve bevolking in een amateur-aflevering van Dr. Phil leeft. Maar wat betekent het nou eigenlijk écht, dat woord waar Jan en alleman mee goochelt alsof het pepernoten in november zijn?
Modewoord in actie
Er is iets fascinerends aan hoe mensen omgaan met psychologische begrippen. Zodra een term als ‘narcisme’ de mainstream bereikt, verandert het in een soort allesomvattende beschuldiging, diagnoseslinger, of in het gunstigste geval: een gespreksonderbreker.
– “Waarom is je relatie uitgegaan?”
– “Ja, hij was gewoon een narcist.”
– Einde discussie. Geen vragen meer. Case closed.
Maar hier komt het ingewikkelde: als we allemaal dat woord gebruiken, denken we dan ook allemaal hetzelfde? Nee. Wat we bedoelen is meestal een mix van irritatie, teleurstelling, karaktereigenschappen, slechte communicatie, en iemand die, bij wijze van spreken, net iets te vaak ‘zichzelf in zijn eigen spiegel kust’.
Het psychologische proces: Babylon, maar dan mentaal
Wanneer mensen een psychologische term gebruiken – zoals narcisme – gaan ze ervan uit dat de ander exact begrijpt wat ze bedoelen. Maar net als bij woorden als “gezellig” of “interessant” betekent het voor iedereen iets anders. Wat volgt, is een soort mentale Babylonische spraakverwarring.
Psychologisch gezien projecteren we vaak onze eigen ervaringen op woorden. Dus wanneer je buurvrouw zegt dat haar ex een narcist is, bedoelt zij misschien: “Hij praatte altijd over zichzelf en luisterde nooit naar mij.” Terwijl iemand anders daarmee bedoelt: “Mijn vader had geen enkel empathisch vermogen en manipuleerde iedereen in zijn omgeving.”
Dit proces – bekend als ‘conceptual misalignment’ – leidt ertoe dat we elkaar denken te begrijpen terwijl we compleet langs elkaar heen praten. We gebruiken hetzelfde woord, maar het is alsof jij denkt dat “pannenkoek” een gerecht is en ik denk dat het een belediging is. Veel succes met die brunch.
Wat is narcisme dan écht?
In psychologische zin is narcisme een persoonlijkheidstrek die op een spectrum zit. Iedereen heeft er wel een beetje van nodig (ja, ook jij). Een gezond niveau zorgt ervoor dat je grenzen stelt, zelfvertrouwen hebt en je haar kamt voor een sollicitatiegesprek.
Maar aan het extreme einde spreken we van Narcistische Persoonlijkheidsstoornis (NPS). Mensen met NPS hebben een overdreven gevoel van eigenbelang, gebrek aan empathie, en een constante behoefte aan bewondering – allemaal ter compensatie van een broze, vaak onbewuste zelfwaarde. Het is dus geen hippe bijvoeging, maar een serieuze psychische aandoening.
Case study: Lisa en haar ex
Lisa (34) zat bij haar vriendinnen aan de wijn toen ze verzuchtte: “Hij was gewoon zo’n narcist.” Haar vriendinnen knikten alsof ze elk DSM-handboek uit hun hoofd kenden. Maar wat bleek? Haar ex had het uitgemaakt omdat hij zich verstikt voelde. Lisa voelde zich afgewezen, en in haar pijn pakte ze het eerste etiket dat maatschappelijk geaccepteerd én krachtig klonk: narcist.
Een paar maanden later ontdekte Lisa via therapie dat ze in relaties snel verlatingsangst ontwikkelt, waardoor ze zich klampt aan de ander. Haar ex reageerde daarop door zich terug te trekken, wat zij interpreteerde als kilte en egoïsme. Oftewel: narcisme. Maar het was eigenlijk een botsing van hechtingsstijlen – geen duistere psychische stoornis.
Tot slot: check je termen
Narcisme is geen mode-accessoire. Het is geen synoniem voor “iemand die me pijn heeft gedaan.” Het is een complex psychologisch fenomeen dat – net als een airfryer – niet zomaar voor alles gebruikt moet worden.
Dus de volgende keer dat je het woord wilt gebruiken, vraag jezelf af:
- Wil ik hiermee iets duiden of iemand diskwalificeren?
- Begrijpt de ander wat ik bedoel?
- En belangrijker nog: kan mijn kat daadwerkelijk narcistisch zijn of is hij gewoon… een kat?